Ga naar de inhoud

Wanneer erkenning bevestiging wordt

    wanneer erkenning bevestiging wordt

    Wanneer erkenning bevestiging wordt
    Over erkenning, ik-versterking en de vraag wat werkelijk tot groei leidt

    Als therapeut en opleider hoor ik bepaalde zinnen regelmatig terugkeren in behandelsessies: zorg beter voor jezelf, geef beter je grenzen aan, kom meer voor jezelf op, zeg wat je ervan vindt.

    Dit zijn niet per se zinnen die een therapeut letterlijk tegen een cliënt zegt. Vaak ontstaan ze bij de cliënt zelf, in trance, tijdens een therapeutisch proces. Een cliënt ontdekt bijvoorbeeld: ik wil beter voor mezelf zorgenik moet duidelijker mijn grenzen aangevenik ga meer voor mezelf opkomen, ik ga vaker zeggen wat ik van iets vindt. Omdat zo’n inzicht vanuit de cliënt zelf lijkt te komen, ligt het voor de hand om het als een waardevolle ontwikkeling te bevestigen en te bekrachtigen.

    Voor sommige mensen zijn dit belangrijke, zelfs noodzakelijke inzichten. Wie jarenlang vooral voor anderen heeft gezorgd, zich voortdurend heeft aangepast of nauwelijks kan voelen wat hij zelf nodig heeft, kan veel baat hebben bij de ontdekking dat zijn eigen behoeften er ook toe doen.

    Toch vraag ik mij steeds vaker af of we ook bij inzichten die vanuit de cliënt zelf ontstaan voldoende blijven onderzoeken of dit werkelijk de beweging is die deze specifieke cliënt nodig heeft. De vraag is dan niet alleen wat ontdekt deze cliënt over zichzelf?, maar ook: wat betekent deze ontdekking binnen het geheel van zijn functioneren en zijn relaties?

    Wat gebeurt er wanneer therapeutische erkenning ongemerkt verandert in bevestiging van een conclusie die misschien nog verder onderzocht zou mogen worden?

    Dezelfde boodschap kan verschillende gevolgen hebben

    Veel cliënten zijn loyaal aan hun ouders en willen geen kwaad woord over hen spreken. Ook als het gaat over wat zij vroeger hebben gemist, voegen zij daar onmiddellijk aan toe dat hun ouders het niet zo bedoeld hebben en dat zij zelf ook een moeilijke jeugd hadden.

    Bij deze cliënten kan het nodig zijn om voorzichtig ruimte te maken voor de eigen ervaring. Niet om de ouders aan de schandpaal te nagelen of een schuldige aan te wijzen, maar om te erkennen: ik heb iets gemist en dit heeft iets met mij gedaan.

    Erkenning kan betekenen dat iemand kan gaan voelen dat een behoefte werkelijk bestond, ook wanneer de ouders die behoefte destijds niet konden vervullen. Vanuit deze erkenning kan iemand leren zichzelf alsnog iets te geven wat vroeger onvoldoende beschikbaar was.

    Er zijn ook cliënten bij wie een andere beweging nodig is. Iemand ervaart zichzelf bijvoorbeeld als iemand die niet voor zichzelf op kan komen, terwijl de omgeving iemand ziet die veel ruimte inneemt, allerlei eisen stelt en nauwelijks tegenspraak verdraagt. Het innerlijke zelfbeeld kan zijn blijven steken in een eerdere periode waarin iemand werkelijk machteloos of onvoldoende beschermd was.

    Wanneer zo’n cliënt tijdens therapie tot de conclusie komt dat hij beter voor zichzelf moet leren opkomen, is het verleidelijk om dit inzicht te bevestigen. En wellicht is dat ook precies wat nodig is. Maar misschien verdient het verder onderzoek. Klopt het huidige zelfbeeld nog? Wat gebeurt er daadwerkelijk in de relaties van deze cliënt? Is er vooral te weinig ruimte voor hem, of neemt hij inmiddels juist veel ruimte in zonder dat zelf goed te kunnen zien?

    Wanneer we deze vragen niet stellen en meegaan in de overtuiging dat diegene niet goed voor zichzelf kan opkomen, kan therapie ongemerkt een bestaand patroon versterken. De cliënt wordt dan niet alleen erkend in zijn pijn, maar mogelijk ook bevestigd in het idee dat hij nog steeds degene is die onvoldoende voor zichzelf opkomt en dat vooral de omgeving moet veranderen of hem moet geven wat hij heeft gemist.

    Erkennen is niet hetzelfde als bevestigen

    De cliënt is deskundig over zijn eigen ervaring, maar niet automatisch de onfeilbare duider van die ervaring.

    Iemand kan zich afgewezen voelen zonder dat de ander hem werkelijk heeft afgewezen. Iemand kan ervaren dat anderen over hem heen lopen, terwijl de omgeving juist het gevoel heeft nauwelijks nog iets te kunnen zeggen. Iemand kan zich niet gezien voelen, terwijl anderen wel degelijk aandacht en steun geven, maar op een andere manier dan hij verwacht of hoopt.

    Erkenning betekent: ik geloof dat dit werkelijk is wat jij voelt en ervaart.

    Hiermee is nog niet automatisch vastgesteld dat de verklaring die iemand voor dat gevoel heeft ook volledig klopt. Juist daar ligt naar mijn idee een belangrijke therapeutische taak. Niet om het inzicht van de cliënt onmiddellijk ter discussie te stellen, maar om nieuwsgierig te blijven naar wat er nog meer te ontdekken valt.

    Het risico ontstaat dat we ongemerkt gaan bevestigen: dus jouw uitleg van de situatie klopt, de oorzaak en oplossing liggen voornamelijk bij de ander en jouw eigen aandeel hoeft niet verder te worden onderzocht.

    Dit onderscheid is belangrijk. Een gevoel verdient erkenning. De betekenis die iemand aan het gevoel geeft, verdient nieuwsgierigheid.

    Wanneer ik-versterking eenzijdig wordt

    Ik-versterking is een waardevol onderdeel van therapie. Mensen leren dat zij behoeften hebben, keuzes kunnen maken en niet de verantwoordelijkheid voor het welzijn van anderen hoeven te dragen. Maar ik-versterking betekent niet automatisch dat het ik steeds groter moet worden.

    Een stevig ik bestaat niet alleen uit weten wat je wilt en dit durven uitspreken. Het vraagt ook dat je een andere mening kunt verdragen, rekening kunt houden met andere belangen en kunt accepteren dat de ander niet altijd aan jouw wensen tegemoetkomt.

    De ene cliënt heeft te ontdekken: mijn ervaring telt ook. De andere cliënt heeft te ontdekken: mijn ervaring is niet de enige werkelijkheid.

    Wanneer iemand tijdens een therapeutisch proces ontdekt dat hij zichzelf meer op nummer één mag zetten, kan dit een noodzakelijke correctie zijn op jarenlange zelfverwaarlozing. Maar ook zo’n inzicht kan verdere exploratie verdienen. Wat betekent ‘mezelf op nummer één zetten’ voor deze cliënt? Meer rust nemen? Minder automatisch voor iedereen zorgen? Of ontstaat er geleidelijk de verwachting dat anderen zich steeds meer moeten aanpassen aan wat voor hem prettig voelt?

    Ik moet beter voor mezelf zorgen kan dan ongemerkt veranderen in anderen moeten ervoor zorgen dat ik mij goed voel.
    Ik moet mijn grenzen aangeven kan veranderen in anderen moeten aanvoelen wat ik nodig heb en zich daaraan houden.
    Ik moet meer voor mezelf opkomen kan veranderen in mijn belang weegt zwaarder dan dat van de ander.

    De oorspronkelijke ontdekking hoeft daarmee niet verkeerd te zijn. Misschien heeft iemand werkelijk beter voor zichzelf te zorgen. De vraag is vooral of we het eerste antwoord als eindpunt nemen, of blijven onderzoeken wat die beweging in de praktijk betekent.

    De therapeut beweegt mee, maar hoeft niet overal in mee te gaan

    Empathie is binnen therapie onmisbaar. Zonder veiligheid en erkenning wordt zelfonderzoek moeilijk. Toch betekent dit niet dat wij iedere interpretatie of conclusie hoeven te bevestigen.

    Juist doordat therapeuten goed kunnen meedenken en meebewegen, bestaat het risico dat wij te snel meegaan in het verhaal of de oplossing waarmee iemand komt. Wanneer een cliënt tijdens een sessie ontdekt dat een partner, ouder, docent of werkgever onvoldoende rekening met hem houdt, kunnen we gemakkelijk verdergaan in de richting van beter begrenzen of duidelijker voor zichzelf opkomen.

    Maar misschien moet de vraag soms nog wat breder zijn. Wat verwacht je precies van de ander? Is deze verwachting redelijk? Wat gebeurt er met de ruimte van de ander wanneer jij krijgt wat je vraagt? Welke bijdrage lever je zelf aan het patroon? En hoe zou een oplossing eruitzien waarin niet alleen jouw behoefte, maar ook de relationele werkelijkheid wordt meegenomen?

    Dat betekent niet dat de therapeut de oplossing alsnog zelf moet gaan bedenken. Het uitgangspunt dat de oplossing uit de cliënt komt, blijft voor mij waardevol. Maar ‘de oplossing komt uit de cliënt’ betekent niet dat ieder eerste antwoord automatisch het eindpunt hoeft te zijn.

    De therapeut bepaalt niet wat de juiste uitkomst is. Maar de therapeut is ook niet afwezig. De gekozen vragen, de woorden waarmee we een ervaring duiden en de richting waarin we verder onderzoeken, hebben invloed op wat een cliënt als oplossing ziet.

    Welke beweging heeft deze cliënt nodig?

    Goede therapie geeft niet iedere cliënt meer ruimte. Goede therapie onderzoekt welke beweging deze specifieke cliënt nodig heeft.

    Voor de ene cliënt is dit leren spreken na jarenlang zwijgen. Voor de andere is het leren luisteren wanneer de eigen stem zoveel ruimte heeft dat die van anderen uit beeld raakt. De ene cliënt heeft erkenning nodig voor werkelijk gemis. De andere heeft hulp nodig om te onderzoeken of een oud zelfbeeld nog overeenkomt met het huidige gedrag.

    Dit vraagt nuance. We hoeven niet terug naar een tijd waarin mensen hun gevoelens moesten inslikken, zich maar moesten aanpassen of werkelijk grensoverschrijdend gedrag moesten verdragen. Maar we hoeven zelfzorg ook niet automatisch als de juiste richting te zien alleen omdat de cliënt deze conclusie zelf tijdens het therapeutische proces bereikt. 

    Het doel van therapie is niet een steeds groter ik, maar een steviger ik. Een ik dat zichzelf serieus neemt en dat feedback kan ontvangen. Dat voor zichzelf kan zorgen zonder te verwachten dat anderen daarvoor wijken. Dat kan erkennen wat het heeft gemist, zonder de verantwoordelijkheid voor het verdere leven buiten zichzelf te leggen.

    De kern van goede therapie ligt niet in het automatisch versterken van wat zich aandient, maar in het zorgvuldig onderzoeken van wat werkelijk tot groei leidt.