Wat dieren jou laten zien

Photo by Pagie Page on Unsplash

Door Dominique Stokman

Hypnotherapie 3 • 2020 • jaargang 36

Tijdens een imaginatie is er ruimte voor vrijheid. Er is vrijheid voor het ervaren van andere mogelijkheden: je kunt het verleden opnieuw ervaren en je kunt onderzoeken hoe je om kunt gaan met bepaalde situaties in de toekomst. Vaak ontstaat hierdoor inzicht of overzicht in een bepaalde situatie of hulpvraag. Oplossingen kunnen dan ook als vanzelf ontstaan.

Imagineren lijkt op visualiseren. De cliënt speelt als het ware de hoofdrol in een film. Bij een visualisatie kan de therapeut allerlei elementen aandragen, waarbij de cliënt alles ziet wat de therapeut voorspiegelt. Het kan op een andere manier, waarbij de beleving en de inhoud voor het grootste deel door de cliënt zelf vorm krijgt. Bij een dierimaginatie schept de therapeut enkele basisvoorwaarden, een kader. De cliënt beleeft vervolgens zelf wat er te beleven valt.

Waarom een dierimaginatie?

Een dierimaginatie is een mooie manier van ik- versterking. Het is een hele fijne imaginatie om te doen met kinderen. Ik pas het ook regelmatig toe bij nieuwe cliënten als kennismaking met hypnotherapie. Ik heb het onder meer toegepast bij een vrouw die ruzie had met ‘iedereen’. Ze zag er geen heil meer in. Ze zat vol goede bedoelingen, maar die werden niet gezien en ze had zelf al een beetje de hoop opgegeven dat dit nog zou verbeteren. Enkele weken na het imagineren vertelde ze me euforisch dat ze dankzij de dierimaginatie het inzicht had gekregen hoe ze met de diverse personen om kon gaan. De ruzies werden uitgepraat en ze had weer plezier in het contact met hen. Deze vrouw had alleen deze imaginatie nodig om zelf weer verder te kunnen.

Voorbereiding

Tijdens het voorgesprek vraag ik naar drie positieve eigenschappen van een waterdier (bijvoorbeeld een dolfijn), een landdier (bijvoorbeeld een paard) en een vliegend dier (bijvoorbeeld een vogel). Ik gebruik bij voorkeur de dolfijn, het paard en een vogel. Als de cliënt echt niets met een van deze dieren heeft, heeft het meer zin om een ander dier te laten kiezen.

Inductie

Laat de cliënt lekker languit liggen of zitten in een makkelijke stoel. Zet een voorwerp neer waarop hij kan focussen wanneer hij bij het fractioneren tijdens de imaginatie zijn ogen opendoet. Na de inductie vraag je de cliënt met zijn aandacht naar een duintop te gaan en daar eerst even helemaal te zijn. Wat is hier allemaal te ervaren? Wat ziet, hoort, voelt, ruikt, proeft de cliënt? Voor tranceverdieping kun je de cliënt vragen in een aantal stappen het duin af te lopen, wellicht is er zelfs een trappetje aanwezig. Tel de stapjes of de treden mee met bijbehorende trance verdiepende suggesties. Op het moment dat zijn voet het zand van het strand raakt, is de cliënt zo diep in trance als nu mogelijk is.

Ontmoeten en ervaren

Nodig de cliënt uit om het eerste dier, de dolfijn te gaan ontmoeten in de branding. Het kan zijn dat hij daarvoor een stukje het water in moet lopen. De cliënt kan plaatsnemen op de rug van het dier. Soms is er een kleine aanpassing nodig en moet het dier net even iets groter worden of kan de cliënt zelf de juiste afmeting aannemen om comfortabel met het dier te kunnen reizen. En terwijl het dier de cliënt meeneemt in zijn omgeving, kan de cliënt de drie positieve eigenschappen van het dier ervaren. De cliënt kan ook zelf even

het dier zijn en voelen hoe het is om deze positieve eigenschappen te hebben. Na het ervaren kan de cliënt weer op de rug van het dier zitten en ervaren of er iets te ontdekken valt over zijn thema of problematiek. Vervolgens kan het dier de cliënt weer terugbrengen naar de ontmoetingsplek en stapt de cliënt af, waarna hij het dier bedankt. Het dier blijft nog even wachten, terwijl je als therapeut de positieve eigenschappen bij de cliënt bekrachtigt.

Bekrachtiging van positieve eigenschappen

De positieve eigenschappen bekrachtig je met behulp van fractioneren. Met fractioneren vraag je jouw cliënt de ogen even te openen en tegelijkertijd de ervaring van de positieve eigenschappen te beleven. Tel tot twee of drie, afhankelijk van of de cliënt zit of ligt, en bereid de cliënt erop voor wat hij gaat doen. Bij één gaat de cliënt omhoog zitten, bij twee opent de cliënt zijn ogen en ziet hij het voorwerp, en bij drie ervaart de cliënt de positieve eigenschappen. De cliënt komt steeds dieper in het gevoel. Laat de cliënt na het beleven weer zitten of liggen zoals daarvoor. Bij het sluiten van de ogen kun je de trance verder laten verdiepen. De cliënt kan nu afscheid nemen van het dier en hij kan het dier op elk gewenst moment weer ontmoeten om vergelijkbare ervaringen te beleven.

De andere dieren ontmoeten

Als de cliënt om zich heen kijkt, kan hij het paard al zien. Wellicht is het nog in de verte, of al dichterbij. Dan begint het ontmoeten en ervaren weer van voren af aan. Zodra het paard genaderd is, kan de cliënt ook op de rug van het paard stappen en de positieve eigenschappen ervaren. De cliënt kan weer even het paard zelf zijn. En als alles weer doorlopen is, zoals bij de dolfijn, kan de cliënt ook de vogel ontmoeten om ook met hem dezelfde fasen te doorlopen.

Ik-versterking

Vaak zijn de drie positieve eigenschappen die de cliënt noemt eigenschappen die hij bewondert in het dier en die hij kan overnemen of vergroten. Het opnoemen, laten ervaren en bekrachtigen werkt als ik-versterking. Tijdens het zitten op de rug van het dier en het zichzelf beleven als het dier, kan de cliënt inzicht krijgen in zijn hulpvraag. En vooral tijdens het vliegen kan er overzicht ontstaan over de situatie.

De dierimaginatie is een hele prettige manier van werken met beleving, eigen beelden en gevoelens. Je kunt af en toe eens vragen waar de cliënt is en wat hij ervaart. Echter, de kracht van de imaginatie is vooral het zelf ervaren. Pas je hypnotisch taalgebruik aan op de eigen beleving en wees tussendoor vooral stil. Schep het kader en de beleving ontstaat daarna helemaal vanzelf bij de cliënt.